De bevolking van Nederland is in 2025 met 87.200 inwoners gegroeid naar 18,13 miljoen. Dat is minder dan de afgelopen jaren toen de bevolkingsgroei nog boven de 100.000 lag. De bevolkingsgroei komt volledig door buitenlandse migratie. Er overleden meer mensen dan er geboren werden.
Omvang
Op 15 augustus 2024 passeerde de Nederlandse bevolking de grens van 18 miljoen inwoners. Het aantal inwoners groeide in een relatief korte periode (8 jaar) van 17 miljoen naar 18 miljoen. De Nederlandse bevolking groeide in die periode met gemiddeld 120 duizend inwoners (0,7%) per jaar. De groei van 16 naar 17 miljoen inwoners duurde vijftien jaar. Toen kwamen er gemiddeld 66 duizend inwoners (0,4%) per jaar bij. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking sneller. Tussen 1945 en 1970 kwamen er bijna 4 miljoen inwoners bij en groeide de bevolking met gemiddeld 150 duizend (1,6%) per jaar.
Migratie
Er vestigden zich 306.500 migranten in Nederland en er vertrokken 211.900 mensen. Per saldo vestigden zich 94.600 mensen in Nederland. Het migratiesaldo is lager dan de afgelopen vier jaar toen zich dit bewoog tussen de 107.000 en 224.000. In vergelijking met de voorgaande jaren kwamen er in 2025 minder immigranten met een Europese herkomst. Er kwamen vooral minder immigranten uit Polen, Rusland, Roemenië, Bulgarije en Groot-Brittannië. Ook kwamen vestigden zich minder mensen uit Azië in ons land, vooral uit China India en Iran kwamen minder migranten. De grootste groep migranten, vooral vluchtelingen, kwam uit Syrië, met 23.400 iets minder dan een jaar eerder. Daarnaast kwamen er in 2025 per saldo 13.200 Oekraïense vluchtelingen bij. Er vertrokken veel Oekraïners (15.000) maar er kwamen ook veel nieuwe vluchtelingen ons land binnen (28.000).
Natuurlijke aanwas
De totale bevolkingsgroei kwam ook lager uit doordat er 7.400 meer mensen overleden dan er kinderen geboren werden. Het aantal overledenen bleef na de pandemie op een relatief hoog niveau met 173.300 bij een afnemend aantal geboortes (165.900). Het aantal geborenen daalt al sinds 2010 toen dat nog boven de 180.000 lag. Het aantal overledenen is sinds 2020 naar verhouding hoog. Naar de aanhoudend hoge sterfte, die ook na de pandemie doorzette, wordt nog onderzoek gedaan. Die wordt vooralsnog gezocht in een combinatie van factoren zoals oplopende vergrijzing, uitgestelde zorg, de nawerking van de pandemie waardoor we minder weerbaar zijn voor andere virussen en de toename van dementie, alzheimer en ongelukkige vallen van hoogbejaarde ouderen. In 2010 lag het geboorte-overschot nog op 48.339 om in 2022 voor het eerst om te slaan in een geboorte-tekort. (CBS, Bevolkingsontwikkeling, februari 2026)
Geboortes
Nederlandse vrouwen krijgen steeds later hun eerste kind. In 2023 was een vrouw gemiddeld 30,3 jaar bij de geboorte van haar eerste kind. In 1970 lag dat op gemiddeld 24,3 jaar. Over het algemeen zijn mannen in Nederland zo’n 3 jaar ouder dan vrouwen als ze hun eerste kind krijgen (32,9 jaar). Een Nederlandse vrouw krijgt gemiddeld 1,4 kinderen. Dat is onvoldoende om de bevolking met natuurlijke aanwas in stand te houden. Daarvoor zijn 2,1 geboren kinderen per vrouw nodig. In 1970 kreeg een Nederlandse vrouw gemiddeld nog 2,6 kinderen.
Levensverwachting
In 2024 was de levensverwachting bij de geboorte 80,5 jaar voor mannen en 83,3 jaar voor vrouwen. In 1950 was dat nog 70,3 jaar voor mannen en 72,6 jaar voor vrouwen. De laatste jaren loopt de levensverwachting nog steeds op, gemiddeld met een half jaar per vijf jaar. Er komen steeds meer Nederlanders door verweduwing alleen te staan. In 2024 verweduwden 65.300 mannen en vrouwen. De meesten waren 70 jaar of ouder. Er zijn twee maal zoveel verweduwde vrouwen dan mannen. (CBS, Geboorte en Overlijden, juli 2025)