Met de EU-richtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) zijn bedrijven sinds 2024 verplicht te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties. CSRD omvat verschillende duurzaamheidscriteria op het gebied van: Environment (milieu), Social (sociaal), en Governance (bestuur), ook wel ESG genoemd. In de Europese duurzaamheidsrapportage standaarden (ESRS) zijn deze uitgewerkt door European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG). Via een uitgebreid multi-stakeholder proces zijn twaalf standaarden opgesteld.
Door de EU richtlijn 2026/470 van 24 februari 2026 die erop gericht is de duurzaamheidsrapportageverplichtingen te vereenvoudigen is de CSRD op verschillende onderdelen gewijzigd:
Bedrijven die buiten het toepassingsbereik van de CSRD vallen, kunnen wel met de CSRD te maken krijgen als ze onderdeel zijn van de waardeketen van een onderneming met een rapportageverplichting. De CSRD vraagt bedrijven te rapporteren over duurzaamheid in hun eigen organisatie en hun (internationale) keten, waar de impact op mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu groot kan zijn. Daarom is rapportage over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) een belangrijk onderdeel van CSRD.
De twaalf verschillende categorieën van de ESRS zijn van groot belang en van toepassing op alle bedrijven in de EU actief in de toeristische sector. De eerste en tweede categorie betreffen de algemene vereisten en voorwaarden van de duurzaamheidsrapportage. Milieu-informatie heeft vijf onderdelen: klimaatverandering, verontreiniging, water en mariene hulpbronnen, biodiversiteit en ecosystemen, en hulpbronnen en circulaire economie. Sociale informatie heeft vier onderdelen: personeel, werknemers in de waardeketen, getroffen gemeenschappen in toeristische gebieden, en consumenten en eindgebruikers. De laatste categorie gaat over ethisch bestuur en zakelijk gedrag.
Een belangrijk onderdeel en ter voorbereiding om te kunnen voldoen aan CSRD-wetgeving is de zogenaamde dubbele materialiteitsanalyse. Hierbij wordt gekeken hoe bedrijfsactiviteiten ESG-kwesties beïnvloeden, maar ook hoe ESG-factoren op hun beurt de economische en financiële prestaties van het bedrijf beïnvloeden.
Bedrijven moeten dus de impact, risico's en kansen die verband houden met hun gehele waardeketen identificeren en erover rapporteren en informatie verstrekken over hun beleid, actieplannen en doelstellingen over alle relevante duurzaamheidsonderwerpen. Dit zorgt voor een transparant beeld van de impact van bedrijven en van hun duurzaamheidsinitiatieven.
Bedrijven worden de komende jaren verplicht om inzicht te krijgen in hun keten, een beeld van de risico’s te krijgen en hoe die te voorkomen, te beperken of te compenseren. Dit proces heet due diligence: gepaste zorgvuldigheid. De Europese richtlijn hierover is de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Op 24 februari 2026 is de EU Richtlijn 2026/470 verschenen na instemming door het Europees Parlement en de EU lidstaten betreffende de afzwakking van de CSDDD zoals die in 2024 gelanceerd was.
Het Nederlandse MVO Platform noemt als voornaamste gevolgen van de nieuwe richtlijn:
Het is nu aan Nederland om bij de omzetting van de CSDDD naar de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (WIVO), een traject dat al gaande is, wetgeving in te voeren die mens en milieu beschermt. Een concreet aandachtspunt bij het opstellen van WIVO is dat de CSDDD nu nog sterker afwijkt van het internationale normenkader van de OESO-richtlijnen en de VN Principes voor bedrijfsleven en mensenrechten, die al jaren de basis vormen voor Nederlands overheidsbeleid. Het blijft nodig dat Nederlandse bedrijven, ook in het toerisme, zich voorbereiden op de komst van deze wetgeving, omdat het opzetten van een systeem voor due diligence veel tijd kost.
Om te voorkomen dat producten (en diensten) op de EU-markt komen gemaakt met gedwongen arbeid wordt gewerkt aan wetgeving onder de titel Prohibiting Products Made with Forced Labour on the Union Market Regulation (PPMFLR). Het gaat om producten die in de EU zijn gemaakt en in en buiten de EU worden verkocht, en producten van buiten de EU die op de EU-markt te koop zijn. Inzicht in de keten is nodig om aan de PPMFLR te voldoen. De wet is van toepassing vanaf 14 december 2027.
Volgens de Zwitserse organisatie Focusright bevestigt de nieuwe CSDDD dat gestructureerde, risico-gebaseerde regels voor mensenrechten en milieu - due diligence (HREDD) - een essentieel onderdeel zijn van verantwoord ondernemen op de EU-markt. De vraag zal zijn hoe goed een bedrijf in staat is om geloofwaardige aan te tonen zorgvuldig te zijn wanneer investeerders, klanten of zakenpartners hierom vragen. Bedrijven zien HREDD als een kans om hun veerkracht te versterken, ze ontwikkelen een duidelijker inzicht in hun waardeketen, bouwen sterkere relaties op met leveranciers en werknemers en integreren due diligence in interne systemen. Dit verbetert hun vermogen om met opkomende druk om te gaan – van reputatieonderzoek tot juridische risico's en veranderende verwachtingen van stakeholders.
De aanstaande EU-wetgeving heeft niet alleen consequenties voor bedrijven die rechtstreeks onder die wetgeving vallen, maar ook voor bedrijven in de waardeketen, omdat het gaat om inzicht en risico-aanpak in de keten. Zij moeten informatie aanleveren over bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn of mogelijke milieuschade in hun productieproces. Het is verstandig dat bedrijven die rechtstreeks onder de nieuwe wetgeving gaan vallen alvast met hun ketenpartners in gesprek gaan.
Voor alle wetgeving zijn de OESO-richtlijnen en de UN Guiding Principles for Business and Human Rights (UNGP’s) de basis om aan de slag te gaan, bijvoorbeeld met het stappenplan voor due diligence. Zo kunnen bedrijven nu al de meest ernstige (potentiële) risico’s in hun keten in beeld krijgen, bijvoorbeeld met behulp van de MVO Risico Checker.
De SER biedt steun met onder meer het IMVO-Expertisecentrum dat kennis en expertise deelt en zorgt voor uitwisseling tussen bedrijven over IMVO en de komende wetgeving. Dit geldt ook voor de toerisme sector.